De Zuidelijke Manmarch
Als je vanuit het Terrasland (Steplands) Het Terrasland naar het zuidoosten afdaalt, kom je op een glooiende prairie. De grond helt zachtjes af naar het oosten, naar de oevers van de Gruwelrivier (Dread River) De Gruwelrivier.
Reizigers en kooplieden in overvloed trekken over deze vlakten. Ze komen uit het zuiden, uit Lygos en het beschaafde zuiden Lygos en het Zuiden, op weg naar het noorden, naar de Heerweg (Highway) De Wegen van de Makers en vandaar naar Moerasrand (Marshedge) Moerasrand.
Of ze gaan de andere kant op, met kruiden en textiel, metalen en edelstenen, terug naar de steden in het zuiden. Of ze komen van voorbij de Heerweg, uit de Noordelijke Manmarch (North Manmarch) De Noordelijke Manmarch, om te jagen, handel te drijven of te plunderen.
Maar van al die mensen die door de Zuidelijke Manmarch (South Manmarch) trekken, noemen maar weinigen het hun thuis. Goed, het Heuvelvolk (Hillfolk) Het Heuvelvolk laat hier in de warmere maanden zijn kuddes grazen. En er duikt altijd wel ergens een nieuwe nederzetting op. Maar het land is bezaaid met uitgebrande hoeven en vervallen forten: een stille getuigenis van hen die hier eerder probeerden te wonen. Probeerden, en faalden.
Indrukken
Altijd
- De eeuwige, onverschillige hemel
- Ondiepe, stenige grond, onderbroken door uitstulpingen van witte kalksteen en grijze schalie
- Rook van een eenzame hoeve, uitkijkend over een waterloop
- Een beek of droge geul, die lui naar de Gruwelrivier kronkelt
- Een verlaten, ingestort langhuis
- Een ruitertroep van het Heuvelvolk, die vanaf hoger gelegen grond toekijkt
Lente
- Een gevlekt tapijt van nieuw gras en wilde bloemen – geel, lichtgroen, lila
- Kleine drasse plekken, waar eenden nestelen die net uit het zuiden zijn teruggekeerd
- Een grote wolk vogels, die uit het struikgewas opvliegt
Zomer
- Turen in een verblindende hemel
- Het koortsige, onophoudelijke koor van zomerinsecten, dat in toon en ritme verandert met het uur van de dag
- Hoog gras in volle bloei, tot aan je middel en golvend in een zuidenwind.
- Een groep witstaartherten of machtige wapiti's, grazend op een lange helling
Herfst
- Grasaren die roestkleurig zijn geworden, de stengels nog groen
- Een groepje populieren langs een beek, goudgloeiend in het schemerlicht
Winter
- Dagenlang schurende zuidwestenwind
- Poederige sneeuwduinen, die zich aan de lijzijde van elke golving in het landschap uitstrekken
- Plekken dood gras, oranje door de sneeuw heen
Een lang betwist land
Vóór het Cataclysme De Dingen Beneden vormde de Gruwelrivier de oostgrens van het gebied van de Steenheren (Stone Lords) Steenheren. Na de val van de Steenheren bestreden de Grafheuvelbouwers (Barrow Builders) Grafheuvelbouwers elkaar heen en weer over deze vlakte, en sleten ze zichzelf af, als schalieschilfers die mettertijd tot stof worden geschuurd.
Nu is de Zuidelijke Manmarch de grens tussen het beschaafde zuiden en het achterland van het Einde van de Wereld (World's End). Het is een wetteloze streek, vol gevaarlijke beesten en nog gevaarlijkere mensen. Rondtrekkend Heuvelvolk eist een groot deel van de streek op, en bandieten Bandiet zijn een voortdurende dreiging.
En toch is de lokroep van de prairie groot.
Zo ongeveer elk jaar probeert iemand er een stuk voor zichzelf uit te hakken. Een nieuwe nederzetting kan zijn:
- Een gezin uit Moerasrand of de Noordelijke Manmarch, dat een eigen boerderij begint
- Een ambitieuze Lygosische koopman, die investeert in een nieuwe handelspost of karavanserai
- Een aspirant-hoofdman of krijgsheer van de Manmarchers De Noordelijke Manmarch, die een nieuw gehucht of een nieuwe heuvelburcht bouwt
- De veroverende legers van het zuiden, die voet aan de grond proberen te krijgen
Zulke nederzettingen houden zelden stand. Ze vallen ten prooi aan natuurrampen of zwervende beesten, aan rivalen of bandieten, of aan de onvermijdelijke toorn van het Heuvelvolk, dat deze landen als de zijne opeist.
Of misschien, als je de verhalen gelooft, is er iets duisterders aan de hand. Misschien spookt het hier echt. Gekweld door de talloze zielen die hier zijn gestorven. Of door smerige dingen die uit de Gruwelrivier glibberen. Misschien is het land vervloekt en kan geen enkele nederzetting er ooit overleven. Misschien.
De Vuursteenbeek
Deze waterloop, die uit het Terrasland komt en in de Gruwelrivier uitmondt, trekt struikgewas, groepjes populieren, wild en zwervers naar zijn zachte oevers. Het Heuvelvolk noemt hem in zijn eigen taal Maengwalc – "Vuursteenbeek", naar het stenige plateau waar zijn bronnen ontspringen.
Honderden geulen en beekjes voeden de Vuursteenbeek, en in zijn benedenloop is hij behoorlijk breed en lastig over te steken. Toch zijn er manieren. Hoe komt een reiziger van de ene oever op de andere? Vraag het een SP die het zou weten, maar misschien is er…
- een oude brug uit de tijd van de Makers De Makers;
- een nieuwere brug, met grote kosten gebouwd door een zuidelijke koopman of edele;
- een ondiepe doorwaadbare plaats; breed, stenig en meestal veilig;
- een veerpont, gerund door ondernemende lieden;
- een combinatie van het bovenstaande; of
- iets heel anders.
Vragen
- Wie kende je die zich in de Zuidelijke Manmarch probeerde te vestigen? Wat is er met hen gebeurd?
- Welke bandietenbende wordt op dit moment het meest gevreesd? Wie leidt ze, en wat maakt ze zo gevaarlijk?
- Bij welk herkenningspunt slaan handelskaravanen gewoonlijk hun kamp op? Waarom stoppen ze daar?
- Welk herkenningspunt weet iedereen die door deze landen reist te mijden? Waarom?
Haakjes
- Iemand heeft de oversteekplaats van de Vuursteenbeek ingenomen en vraagt woekertol
- Een ambitieuze hoofdman uit de Noordelijke Manmarch stuurt kolonisten ten zuiden van de Heerweg
- De SP's wachten vol ongeduld op een karavaan, maar die wordt door bandieten overvallen
- Een ruïne in de streek wordt een bedevaartsoord, dat gelovigen van Helior/Aratis van heinde en verre trekt
Terrein
Kies er 1 of combineer er 2, of laat iemand een of twee keer de Lotsdobbelsteen () werpen.
| 1 | Asveld/kale vlakte/zand/stenige strook |
|---|---|
| 2 | Hol/ingegraven schuilplaats/gangenstelsel |
| 3 | Doorweekte grond/modder/kleine drassige plek |
| 4 | Bron/vijver/kreek/beek/rivier |
| 5-6 | Open weide, gras tot aan je middel |
| 7-8 | Kortgrasprairie, uitgestrekt en open |
| 9 | Voetpad/karrensporen/pad |
| 10 | Boom/bomen, savanne, struikgewas |
| 11 | Zachte helling/lage richel/kleine heuvel |
| 12 | Steile helling/rotsuitstulping/grote heuvel |
Werp desgewenst voor grootte/omvang/intensiteit.
Ontdekkingen
Kies bij elk hiervan er 1 of laat iemand de Lotsdobbelsteen werpen.
| 1 | Ander terrein (vorige pagina) en werp opnieuw |
|---|---|
| 2 | Een kans op inzicht in een dreiging of gevaar (bv. sporen die aantallen, verblijfplaatsen enz. verraden) |
| 3 | Nuttige of waardevolle flora |
| 4 | beest (zie hieronder) |
| 5 | Een ontmoeting (zie hieronder) |
| 6 | Een bezienswaardigheid (volgende kolom) |
| 1-3 | Grotendeels onschadelijk maar snel op de vlucht: herten, hazen, prairiehonden, vogels enz. |
|---|---|
| 4-5 | Een kudde: oerossen, geiten, schapen, wilde paarden enz. |
| 6 | Iets groots en majestueus: een brawzbedr, een reuzenibis, een gehoornde draak, een donderdraak enz. |
| 1 | Heuvelvolk: in een kamp, hoedend, jagend, op patrouille, gekomen om handel te drijven of misschien op rooftocht |
|---|---|
| 2 | Handelskaravaan, op de heen- of terugweg |
| 3 | Bandieten, in een kamp, op verkenning, terug van een rooftocht |
| 4 | Kolonisten, die hier een thuis hopen te stichten |
| 5 | Iemand in grote nood; werp opnieuw om te zien wie |
| 6 | Geest van de wildernis, nieuwsgierig of onverschillig |
| 1 | Een plek die verdorven is door de Dingen Beneden (Things Below) De Dingen Beneden |
|---|---|
| 2 | Een graftombe, locatie of artefact van de Grafheuvelbouwers |
| 3 | Een slagveld of resten (hieronder) |
| 4 | Een ruïne of vesting van de Steenheren |
| 5 | Een plek die heilig is voor de geesten van de wildernis |
| 6 | Een nieuwe nederzetting |
| 1 | Werkelijk eeuwenoud: uit de tijd van de Makers |
|---|---|
| 2 | Uit de Tijd van het Cataclysme, toen de mensheid in opstand kwam en de Dingen Beneden wekte |
| 3-4 | Uit een conflict tussen de Grafheuvelbouwers |
| 5-7 | Van een eerdere poging tot vestiging: uitgebrand, ingestort, overwoekerd |
| 8-10 | Recent: Heuvelvolk, bandieten, reizigers, kolonisten, beesten |
| 11-12 | Heel recent: de buizerds en kraaien zitten nog te schransen |
Veel van zulke plekken worden bezocht De dood en de ondoden door de doden.
Gevaren
Risico's
- Brandende zon, kilometers in de omtrek geen schaduw
- Een akelige weersomslag: striemende wind, bittere kou, verzengende hitte, natte sneeuw/ hagel/regen/sneeuw; bliksem
- Plotselinge overstromingen in dalen/op hellingen
- Gebrek aan beschutting, water of hout voor een lang brandend vuur (probeer gedroogde oerosmest, als je die kunt vinden)
- Verborgen gaten/holen, waarin je je enkel verzwikt of erger
- Prairiebrand De Vlakte
Monsters
- Roofdieren: poema's Het Grote Woud, kleztigr Het Terrasland, roedeldraken De Vlakte of wolven Het Grote Woud
- Grote, nukkige beesten: oerossen De Vlakte, everzwijnen Het Grote Woud of een donderdraak De Vlakte
- Geesten van de wildernis Geesten van de Wildernis
- Geesten De dood en de ondoden of wedergangers De dood en de ondoden, die rondwaren bij eeuwenoude slagvelden of verwoeste nederzettingen
Mensen
- Heuvelvolk Het Heuvelvolk, als ze zin hebben in geweld
- Noordelijke Manmarchers De Noordelijke Manmarch, op weg naar het zuiden of een nieuwe nederzetting verdedigend
- Kooplieden uit Moerasrand Moerasrand, op weg naar het zuiden of op weg naar huis
- Zuidelijke kooplieden Lygos en het Zuiden en hun karavaanwachters, plus wie met hen meereist, zoals avonturiers of een oudheidkundige Lygos en het Zuiden
- Legers van het zuiden Lygos en het Zuiden, die naar het noorden komen om wraak te nemen, een hulpbron veilig te stellen of voet aan de grond te krijgen
Gehoornde draak
HP 24; Pantser 3 (stenige huid)
Schade vertrappende stormloop (hand, gebied, krachtig) of doorboren met de hoorns (dichtbij, krachtig, smerig, 1 doorborend)
Instinct om hun jongen te beschermen
by their young (group, large, hardy; HP 14
Damage
Instinct om nieuwsgierig te worden, om speels te vechten), die ze fel verdedigen.
- Een toeterende roep laten horen
- Pal blijven staan, stil als een rots
- Plotseling in een stormloop losbarsten
- Rauwe elementaire kracht absorberen (en HP terugkrijgen)
De kolos van de zuidelijke graslanden valt op door zijn enorme omvang, de kwartsachtige platen van zijn gelede huid en zijn angstaanjagende hoorns. De hoorns verschillen sterk van beest tot beest, van één punt op de snuit of het voorhoofd tot een kroon van vijf of zes gebogen punten langs de randen van zijn massieve schedel. Een intimiderend beest, zelfs in rust.
Voor het Heuvelvolk is het vellen van een d'lkornek ("doorndraak") een heldendaad, gevolgd door een week van oogsten en feestvieren op de plek waar hij geveld werd.
Iets interessants: Sommige geleerden menen dat de Steenheren gehoornde draken elementaire eigenschappen hebben gegeven. Stukken van hun huid worden vaak aangezien voor dolomiet of een ander mineraal, en het Heuvelvolk hecht grote waarde aan hun hoorns (Waarde 3).
Iets nuttigs: De hoorns van een d'lkornek werken als krachtkristallen, maar groter en met een grote capaciteit.
Ze zijn uiterst gevaarlijk om te oogsten; een wijze slachter laat hun energie langzaam weglekken, dagenlang.
Volwassen gehoornde draken kunnen vergezeld zijn
Bandiet
HP 3; Pantser tot 2 (huiden, schilden)
Schade speer (dichtbij, werp) of slinger (nabij, onhandig, herladen)
Instinct om te overleven ten koste van anderen
- De doorgang versperren, een botte eis stellen
- Een hinderlaag leggen in het donker
- De besten vrijlaten tegen losgeld, de rest doden
De Wegen van de Makers (Makers' Roads) De Wegen van de Makers beperken het struikroven in het grootste deel van het Einde van de Wereld.
Niet zo in de Zuidelijke Manmarch. Hier reizen kooplieden zonder de veiligheid van bezworen plaveistenen. En die kooplieden trekken bandieten aan zoals mest vliegen aantrekt. Het zijn bonte bendes, die bandieten. Schurken uit Moerasrand. Deserteurs uit de legers van noord en zuid. Verbannen Heuvelvolk. Schavuiten. Boosdoeners. Eigenlijk iedereen die bereid is zijn handen rood te maken.
Bandietenleider
HP 8; Pantser 3 (huiden, schild, vaardigheid)
Schade speer (dichtbij, werp, 1 doorborend) of boog (nabij)
Instinct om het beste van het leven te maken buiten het bereik van de wet
- Een meedogenloos charisma uitstralen
- Grote wapenvaardigheid tonen
- Geen tegenspraak dulden
Elke groep heeft een baas nodig; de verbannenen en verstotenen nog meer. Wat onderscheidt deze leider? (kies er 2 of 3)
• Beruchtheid, door echte of verzonnen daden
• Onbevreesdheid, voortgekomen uit het zelfvertrouwen van een veteraan of de domheid van een amateur
• Een broos bondgenootschap met een groep van het Heuvelvolk
• Een geest van de wildernis als familiaris
• Een handlanger, in de vorm van een tovenaar of geestenspreker