Het Terrasland
Het Terrasland (Steplands) is een ruig heuvelland ten zuiden van de Vlakte (Flats) De Vlakte. In het noorden grenst het aan het Veen van Ferrier (Ferrier's Fen) Het Veen van Ferrier en het Grote Woud (Great Wood) Het Grote Woud.
In het oosten gaat het over in de Zuidelijke Manmarch (South Manmarch) De Zuidelijke Manmarch. In het westen klimt het steeds hoger, als een trap naar de Huffelpieken (Huffel Peaks) De Huffelpieken.
De streek is een karstgebied – een plateau van kalksteen, kwartsiet en graniet, door eeuwen van afstromend water uitgesleten en door grondwater opgelost, zodat er een warboel van heuvels, dalen en rotswanden is overgebleven, overal doorboord met grotten, zinkgaten en beken.
Voor buitenstaanders lijkt het land wild en ongetemd, maar in werkelijkheid is het de thuisbasis van tientallen kleine nomadische groepen: het Heuvelvolk (Hillfolk) Het Heuvelvolk.
Indrukken
Altijd
- Kale rots, begroeid met korstmos, mos en taai gras/struikgewas
- Wolkenschaduwen die over de hellingen drijven
- Het gevoel omsingeld te zijn, ingesloten door de dalen
- Het branden in je benen terwijl je weer een rotheuvel op klimt
- De grootsheid als je een top bereikt: vergezicht na vergezicht, heuvel na heuvel, helling achter helling
Lente
- Sneeuw die nog op de noordhellingen ligt, nooit door de zon beschenen
- Plotselinge warmte als je uit de schaduw stapt; kou als je erin stapt
- Geklater van water bergafwaarts, door eeuwenoude duikers onder de Heerweg
Zomer
- Smaragdgroene weiden, wuivend gras in de wind, spatten kleur van wilde bloemen
- Gefladder van opvliegende vogels, verrast als je een bocht omgaat
- Heerlijke schaduw als je onder wat bomen of in de schaduw van een heuvel loopt
Herfst
- Mist in de dalen, de heuvels als eilanden in de wolken
- Gekriebel op je gezicht, van mist of vroege sneeuw
- Treurige roep van kraanvogels of uilen of andere grote vogels, die van ver weerkaatst
Winter
- Witte sneeuwduinen die de heuvels half bedekken, met rotsen die er nog doorheen steken
- Bijtende wind in je gezicht als je een heuveltop bereikt of door een pas sjokt
- De adem van je metgezellen, witte wolkjes die in de lucht hangen
- Het gevoel van stilte en rust, alsof de wereld slaapt
Een ruig land
Eigenlijk zou het Terrasland weelderig en vruchtbaar moeten zijn, vol boerderijen en weiden. Dezelfde stormen die de Vlakte doorweken trekken door deze heuvels, en smeltwater van de Huffelpieken voedt talloze beken en watervoerende lagen.
En toch: de streek is rotsig, op sommige plekken bijna kaal. Op de hellingen liggen weiden van zegge en kort gras en bosjes magere dennen, maar de bodem is dun en gevoelig voor erosie en modderstromen. Overal zijn rotswanden en uitstekende rotsen, bezaaid met struiken en knoestige bomen en zelfs vetplanten die je normaal alleen in het zuiden ziet. Leven is er genoeg, zeker – genoeg voor de rondtrekkende groepen van het Heuvelvolk en hun kudden – maar landbouw zou hier een hele opgave zijn.
Waarom is het land zo? Dat bepalen jij en je tafel, maar misschien…
- is het een natuurlijk gevolg van het dorstige gesteente, de onophoudelijke zuidenwind, het grazen van de dieren;
- doordrenkt de magie van de Steenheren (Stone Lords) Steenheren het land nog steeds en stoot ze aarde en zaad af, verstent ze wortels en vreet ze mineralen op;
- hebben veldslagen tussen de Steenheren en de Grafheuvelbouwers (Barrow Builders) Grafheuvelbouwers het land verwoest, en wonen alleen de taaiste geesten van de Wildernis Geesten van de Wildernis hier nog;
- slapen de Dingen Beneden (Things Below) De Dingen Beneden hier onrustig, ademen ze in via meren en zinkgaten en zuigen ze de levenskracht uit de bodem;
- is het een combinatie van het bovenstaande; of
- is het iets heel anders.
Vragen
- Hoe noemt het Heuvelvolk het Terrasland?
- Wie van jullie heeft ooit de grotten verkend die overal in dit land liggen? Wat heb je daar gevonden dat je nog altijd achtervolgt?
- Welke schat of welk wonder zou in het Terrasland verborgen liggen?
- Welk herkenningspunt, zichtbaar vanaf de Heerweg, heb je altijd al willen verkennen?
Plaatsen
- Het Zwartwatermeer (Blackwater Lake) Het Zwartwatermeer
- De Wegen van de Makers (The Makers' Roads) De Wegen van de Makers, in het bijzonder de Heerweg
- Het Drie-Covenmeer (Three Coven Lake) Het Drie-Covenmeer
Haakjes
- Guur weer bedreigt de SP's op de Heerweg; een grot in de buurt kan beschutting bieden
- Een groep van het Heuvelvolk wordt geteisterd door een bloeddorstige gouzadn Gouzadn, maar een bezorgde ouder smeekt om het leven van hun verloren kind te sparen
- Een brawzbedr het Heuvelvolk (Hillfolk) doet een dutje op de Heerweg en verspert de wagen van een koopman
- Iemand om wie de SP's geven ging een grot verkennen en kwam er nooit meer uit
Terrein
Kies er 1 of combineer er 2, of laat iemand de Lotsdobbelsteen () werpen.
| 1 | Kreek, geul, beek, rivier |
|---|---|
| 2 | Beek die verdwijnt in een grot, een zinkgat of gespleten gesteente |
| 3 | Zinkgat, kloof, ravijn |
| 4 | Kaal stuk (zand, puin, rotsen) |
| 5 | Bosje dennen, knoestige struiken |
| 6 | Stuk Gebroken Weg (Broken Roads) De Wegen van de Makers |
| 7 | Zachte helling, weide |
| 8-9 | Steile helling, verraderlijk, instabiel |
| 10 | Loodrechte rotswand, klif, uitstekende rots |
| 11-12 | Grot |
Ontdekkingen
Kies bij elk hiervan er 1 of laat iemand de Lotsdobbelsteen werpen.
| 1 | Een verandering van terrein (vorige kolom) en werp opnieuw. |
|---|---|
| 2 | Een kans op inzicht in een dreiging of gevaar (bijv. sporen die aantallen, verblijfplaats enz. verraden) |
| 3 | Nuttige of waardevolle flora |
| 4 | Een bezienswaardigheid (volgende pagina) |
| 5 | Een ontmoeting met het Heuvelvolk (volgende pagina) |
| 6 | Een andere ontmoeting (volgende pagina) |
| 1 | Een plek verdorven door de Dingen Beneden |
|---|---|
| 2 | Een plek waar het spookt door de dood of de ondoden |
| 3 | Een locatie of artefact van de Grafheuvel- bouwers |
| 4 | Een kampement of heilige plek van het Heuvelvolk, bewoond of niet |
| 5 | Een plek die heilig is voor de geesten van de Wildernis |
| 6 | Een ruïne of artefact van de Steen- heren |
| 1 | Twee of drie ruiters, niet meteen vijandig |
|---|---|
| 2 | Kudde geiten of schapen, gehoed door tiener(s) en hond(en) |
| 3 | Sporen van hun doortocht/kampement/grenzen |
| 4 | Verzamelaars, niet ver van het kamp |
| 5 | Een hele groep, onderweg |
| 6 | Een ontmoeting tussen twee of meer groepen |
Zie Het Heuvelvolk voor meer over de groepen van het Heuvelvolk.
| 1 | Dodelijk beest, niet actief vijandig maar snel geprovoceerd: een brawzbedr, holenbeer, donderdraak, enz. |
|---|---|
| 2-3 | Mogelijk wild, maar groot en gevaarlijk als het wordt geprovoceerd: everzwijnen, oerossen, enz. |
| 4-5 | Wild, grotendeels ongevaarlijk maar snel op de vlucht: herten, gevogelte, konijnen, enz. |
| 6 | Geest van de Wildernis, nieuwsgierig of onverschillig |
Gevaren
Risico's
- Verdwalen (doolhof van heuvels, dalen, beken; bomen die het zicht ontnemen)
- Loodrechte rotswand om te beklimmen, en een reden om dat te doen
- Steile helling, wankele ondergrond (puin, modder, gevallen naalden, afbrokkelende rots)
- Plotselinge overstromingen in dalen/op hellingen
Modderstroom
Begin met een helling met een opgebouwde aardlaag. Haal de begroeiing weg door overbegrazing, of vuur, of droogte, of juist veel te veel regen. Voeg een plotselinge hevige regenbui toe, of een paar dwazen die eroverheen lopen. Hé, kijk, een modderstroom!
- Wijs op het gebrek aan bodembedekking, de doorweekte grond, het gewicht van de wachtende aarde
- Het kost tijd/moeite/risico om de instabiele helling te vermijden
- De heuvel verschuift en knikt, onder hun voeten of boven hun hoofd
- Mensen, stenen en bomen worden meegesleurd of bedolven, schade (gebied, krachtig, grijpgraag, negeert pantser)
- Sluit ze in, plet ze, beroof ze van lucht
- Laat een glibberige, verraderlijke, modderige strook achter
Steenlawine
Sommige hellingen liggen vaak bezaaid met puin of keien, zo groot als een vuist, als een hoofd, sommige zo groot als een paard. Meestal blijven ze liggen. Meestal.
- Een losse steen ratelt naar beneden, kletterdeklets, stofwolken, maar al snel voorbij
- Een kleinere steen raakt ze, schade
- Een grotere steen wankelt en begint te glijden
- Een heel veld keien komt in beweging
- Bonk, bonk, beng, schade (gebied, krachtig)
- Begraaf ze onder tonnen steen en aarde (Op de Drempel van de Dood)
Vleermuizenzwerm
In de grotten van het Terrasland wonen vaak duizenden en duizenden vleermuizen. Afzonderlijk zijn ze niets om bang voor te zijn. Maar een zwerm, als je ze in de weg staat? O jee.
- In de verte klinken gepiep, getjilp en geklapwiek
- De geluiden komen dichterbij, worden luider, en nog luider
- Overspoel ze met geluid en krassen en fladderende vleugels, schade (gebied)
Heuvelvolk
- Twee of drie ruiters van het Heuvelvolk Het Heuvelvolk, op jacht of op patrouille
- Een stuk of zes ruiters of meer, die de SP's volgen
- Een hdour Het Heuvelvolk en/of de geesten, beesten, demonen of volgelingen in zijn gevolg
Monsters
- Nukkige beesten, flink opgefokt: oerossen De Vlakte, everzwijn Het Grote Woud, holen- beren Het Grote Woud of donderdraken De Vlakte.
- Roofdieren: poema Het Grote Woud, gevederde draken Het Grote Woud, roedeldraken De Vlakte, wolven Het Grote Woud
- Geesten van de Wildernis Geesten van de Wildernis
- Doodlozen Grafheuvelbouwers, grafheuvel- wichten Grafheuvelbouwers of spookruiters Grafheuvelbouwers, op de loer in hun grafheuvels of eruit bevrijd
- Het Spooklegioen De dood en de ondoden, op jacht of stervelingen naar hun grot drijvend
- Andere geesten De dood en de ondoden of wedergangers De dood en de ondoden, slachtoffers van een tragedie of geweld
- Een van de andere gevaarlijke beesten die door het Terrasland zwerven
Brawzbedr
HP 24; Pantser 3 (dikke huid, benige knobbels)
Schade bomenverscheurende klauwen met nadeel (bereik, dichtbij, krachtig, smerig, 1 doorborend)
Bijzondere eigenschappen slecht zicht en gehoor; uitstekende reukzin
Instinct om overdreven te reageren
- Iets niet echt opmerken
- Bomen verscheuren zoals een kind gras uittrekt
- Uithalen naar iets wat het irriteert
- In woede om zich heen maaien (+gebied), en dan moe worden
Denk aan iets als een das of een luiaard, maar zo groot als een huis: 6 m lang, 2,7 m schofthoogte, voorpoten van bijna 3,5 m als je die schopachtige klauwen meerekent. Meestal sjokken ze gewoon door het Terrasland, op zoek naar hun favoriete bomen om te verscheuren en door te kauwen, waarbij ze soms hele hellingen kaalvreten. Zowat alles gaat ze uit de weg als het kan. Zelfs toproofdieren als een kleztigr vinden ze de moeite niet waard.
Je zou denken dat ze makkelijk te zien en te ontwijken zijn, en meestal heb je gelijk. Maar soms ga je een bocht om of kom je over een helling en daar staat er een, gewoon voort te sjokken of op een boomstam te kauwen of een dutje te doen, en dan kun je maar beter proberen er stilletjes omheen te lopen.
Gouzadn
HP 16; Pantser 4 (veerkracht), 0 tegen bepaald heilig hout
Schade tand en klauw (hand, grijpgraag), hoef en gewei (dichtbij, krachtig), verscheurende kracht (hand, krachtig, smerig)
Bijzondere eigenschappen raakt in de war en gefrustreerd door menselijke spraak, gastheer van tientallen dierengeesten
Instinct om mensen als bedreiging of als prooi te zien
- De gedaante(n) van een of meer beesten aannemen
- Iets doen wat voor een mens onmogelijk is, maar voor een beest makkelijk
- Onaangedaan een vreselijke wond doorstaan, die na een paar dagen rust geneest
- Beesten of geesten (ook stille) om informatie of gunsten vragen
Als een jong lid van het Heuvelvolk tekenen vertoont dat het door geesten is aangeraakt, kan de groep maar beter een geestenspreker zoeken om het kind te begeleiden. Zonder zulke begeleiding verzaken deze jongeren misschien hun menselijkheid, vergeten ze hun taal en binden ze uiteindelijk geesten van de Wildernis aan hun eigen vlees.
Een gouzadn mijdt mensen en leeft met alleen geesten als gezelschap. Als mensen zijn gebied binnendringen, vlucht en verstopt hij zich eerder dan dat hij vecht. Een agressief of onoplettend gezelschap kan echter merken dat hun leden een voor een worden weggeplukt in het donker of als ze gescheiden raken. En als dat gebeurt, krijgt een gouzadn misschien de smaak van het doden van mensen te pakken, misschien zelfs de smaak van hun vlees. Zulke monsters spoken door de verhalen en nachtmerries van het Heuvelvolk.
Gouzadn verkrijgen hun geesten door zich te verbinden met een beest en dan zijn vlees te eten in een bijzonder, intuïtief ritueel. De Gezegende of iemand anders die de Geestentaal spreekt, kan misschien met ze praten. Ze kunnen zelfs opnieuw taal leren en worden overgehaald hun vlees te ontdoen van zijn overtollige geesten.
Maar de meesten zullen daar weinig voor voelen; op zijn best staan ze erop deze geesten bij zich te houden in een gewijde buidel of een vergelijkbaar vat.
Iets interessants: Verhalen vertellen dat je met ‘heilig hout’ een gouzadn kunt doden.
Misschien kan een oudere van het Heuvelvolk je vertellen welk soort hout je precies nodig hebt?
Iets nuttigs: Om deze gouzadn te doden heb je een wapen nodig gemaakt van… (werp de Lotsdobbelsteen)
| 1 | Roodhout |
|---|---|
| 2 | Kernhout van een door de bliksem getroffen es |
| 3 | Vlierhout, zwartgeblakerd in offervuur |
| 4 | Eik, gegraveerd met woorden van aarding en vernieuwing |
| 5 | Taxus, bewerkt met het bot van een tovenaar |
| 6 | Wilg, de boom geveld door een onschuldige, het hout bewerkt door iemand die gebukt gaat onder spijt |
Grochslon
HP 12; Pantser 0
Schade buitenkaken (dichtbij, grijpgraag), binnenkaken (hand, smerig, 1 doorborend)
Bijzondere eigenschappen blind; neemt prooi waar door geur, gehoor, trillingen
Instinct om zich te voeden met de onoplettenden en dan te vluchten
- Ongezien op de loer liggen op een donkere, beschutte plek
- Zonder waarschuwing naar voren springen en toebijten
- Stevig vasthouden met de buitenkaken terwijl de binnenkaken rukken
- Zich door een nauwe opening wurmen
Bleke, ooglaze wezens die uitkomen in de lichtloze meren onder het Terrasland. Als een grote, bleke salamander of slang met twee korte, gespierde poten. Naarmate ze groeien, vinden ze daar beneden te weinig voedsel en zoeken ze hun weg naar de oppervlakte. Meestal blijven ze bij grotingangen, maar soms – soms – worden ze brutaal genoeg om hun beschutte rotsholen te verlaten, en vinden ze andere plekken om op de loer te liggen, plekken waar je ze nooit zou verwachten.
Kleztigr
HP 16; Pantser 1 (reflexen)
Schade enorme sabelachtige hoektanden met voordeel (hand, grijpgraag, smerig, 1 doorborend), klauwen of sprong met voordeel (dichtbij)
Instinct om een flinke, stevige maaltijd neer te halen
- Prooi urenlang volgen, zelfs dagenlang
- Vanuit een schuilplaats op prooi springen (bereik, krachtig, grijpgraag)
- Een dodelijke, bloedende wond toebrengen
Als een poema, maar twee keer zo groot, met hoektanden van 20 cm die uit zijn bek hangen. Volgens verhalen van het Heuvelvolk waren ze ooit veel algemener, zelfs huisdieren van de Steenheren. Nu zijn ze (gelukkig) zeldzaam.
Iets interessants: Sommige groepen van het Heuvelvolk ‘adopteren’ een kleztigr en offeren hem vlees of jonge geiten, schapen of zelfs paarden. De kleztigr volgt de groep overal en beschermt hen tegen buitenstaanders.
Iets nuttigs: Zo'n kleztigr doet niemand kwaad die een voorwerp of kledingstuk draagt dat kenmerkend is voor ‘zijn’ groep (maar misschien verwacht hij wel een cadeautje).
Spuwdraak
HP 6; Pantser 2 (kiezelige schubben)
Schade bankschroefkaken (hand, grijpgraag, smerig, 1 doorborend)
Bijzondere eigenschappen kameleonhuid, uitstekende klimmers
Instinct om een flinke maaltijd vast te pinnen en er dan met z'n allen op af te stormen
- Een hinderlaag leggen waar ze prooi kunnen omsingelen
- Een kwak kleverig slijm zo groot als een hoofd spuwen (nabij, grijpgraag, herladen)
- Veel sneller sprinten dan je zou verwachten
Ze zijn ongeveer zo groot als een grote wolf, maar lager en gedrongener, met poten opzij zoals hagedissen en een flinke kraag die omhoogschiet als ze schrikken of op een prooi afstormen. Ze geven de voorkeur aan ravijnen, engtes of uitkijkpunten waar ze in de zon kunnen liggen maar een goede hoek hebben om voorbijgangers te overvallen.
Iets interessants: Hun slijm hecht zich snel aan rots en pint prooi op zijn plek vast. Zelfs als het prooi niet vastpint, plakt het eraan en vertraagt het hen. Na een paar uur droogt het uit en begint het af te bladderen.
Iets nuttigs: Sterke drank (ja, zoals whisky) lost het slijm snel op. Ook kun je hun territorium herkennen aan de bleke, krijtachtige vlekken die hun slijm op steen achterlaat.
Grotten
Het Terrasland zit vol grotten, in de loop van eeuwen uitgesleten door het trage, geduldige werk van water, of op dramatischere wijze door de magie van de Steenheren.
Indrukken
- Instinctief opgetrokken schouders onder een laag stenen plafond
- Prikkende, vochtige lucht, dik en stil en verstikkend
- Langzaam, zacht gedrup… drup… drup… in de verte
- Duisternis zo dik en diep dat ze je zou kunnen verzwelgen
- Elk zintuig op scherp: ruwe steen onder je voeten, de adem van je metgezellen, de vochtige mineraalgeur, hoe je ogen zich inspannen in flakkerend licht
Structuur
Kies of laat iemand de Lotsdobbelsteen werpen.
| 1 | Klein, afgesloten, maar een paar ruimtes |
|---|---|
| 2 | Lang, smal, kronkelend |
| 3 | Kronkelende, verweven tunnels; meerdere ruimtes |
| 4 | Een paar afzonderlijke groepen ruimtes, verbonden door lange kronkelende tunnels |
| 5 | Een paar kleine gangen naar een grotere, enorme ruimte |
| 6 | Grote, open hoofdtunnel, kleinere zijgangen en ruimtes |
Kies voor elke opening, gang of ruimte de doorgang, ondergrond, water en versiering, of laat iemand ervoor werpen. Overweeg voor elk te werpen voor grootte/omvang/intensiteit.
| 1 | Eigenlijk een spleet, te klein voor volwassenen zonder graafwerk |
|---|---|
| 2 | Krap – de meeste mensen kunnen erdoor wurmen zonder uitrusting aan |
| 3-4 | Klein, benauwd – misschien moet je bukken, kruipen, achter elkaar lopen |
| 5 | Ruim, je kunt er comfortabel doorheen lopen |
| 6 | Gapend, enorm, veel ruimte |
| 1 | Steile helling, verticale klim/afdaling |
|---|---|
| 2 | Glad – water, modder, puin, guano, enz. |
| 3 | Rotsig, vol puin, instabiel |
| 4 | Ongelijk, geribbeld, kuilen, onhandig |
| 5 | Glooiend, golvend, kronkelend |
| 6 | Verrassend glad en vlak |
| 1 | Onder water |
|---|---|
| 2 | Deels overstroomd |
| 3 | Een beek of stroompje dat gestaag stroomt |
| 4-6 | Alleen een straaltje, gedrup of sijpelend water; misschien zelfs dat niet |
| 1 | Stalactiet(en) of rietjesstalactieten, stevig aan het plafond |
|---|---|
| 2 | Stalagmiet(en), die uit de vloer groeien |
| 3 | Zuil(en), waar stalactieten en stalagmieten aan elkaar zijn gegroeid |
| 4 | Kristallen, kristallijne aangroei, ‘honingraat’-patronen |
| 5 | Druipsteen, sinterterrassen, ‘gordijnen’, ‘schilden’ |
| 6 | Fossielen |
Bewoners, vroeger of nu
Kies of laat iemand werpen, tot 3 keer.
Welk verhaal vertelt dit?
| 1 | Horigen of slachtoffers van de Dingen Beneden |
|---|---|
| 2 | Grafheuvelbouwers of hun slachtoffers |
| 3 | Werkelijk eeuwenoude oermachten |
| 4 | natuurlijk beest of natuurlijke geest (zie hieronder) |
| 5 | Steenheren of hun dienaren |
| 6 | Heuvelvolk of wie zij hebben verstoten |
| 1 | Vleermuizen. Heel veel vleermuizen |
|---|---|
| 2 | Vissen, salamanders, olmen, rivierkreeften – bleke blinde wezens die in donker water leven |
| 3 | Holenberen, een kleztigr of een vergelijkbaar groot beest dat hier zijn hol heeft |
| 4 | Grochslon of een ander onderaards roofdier |
| 5 | Geest, gebonden aan of tevreden wonend in deze heilige plek |
| 6 | Een kwaadaardige geest, zoals een troelloff |
Ontdekkingen
| 1 | Verbinding met een ander grottenstelsel |
|---|---|
| 2 | Een kans op inzicht in een dreiging of gevaar (bijv. sporen die aantallen, verblijfplaats enz. verraden) |
| 3-5 | Tekenen van een (vroegere) bewoner (vorige kolom), zoals een locatie, artefact(en) of overblijfselen |
| 6 | Een betrekkelijk goede plek om te rusten/zich te verbergen |
Gevaren
- Kou, vooral als ze nat zijn geworden
- Hitte en vochtigheid, vooral als ze zware lasten dragen
- Verdwalen
- Instortingen, vallende stenen
- Vast komen te zitten in een nauwe doorgang
- Zonder licht komen te zitten/je licht kwijtraken
- Angst, paniek of verwarring door een van de bovenstaande