De Vlakte
Stonetop ligt aan de uiterste oostrand van de Vlakte (Flats), een golvende prairie van hoog gras die zich uitstrekt tot aan de Huffelpieken (Huffel Peaks, De Huffelpieken), de Uitlopers (Foothills, De Uitlopers) en het Terrasland (Steplands, Het Terrasland).
Indrukken
Altijd
- Een zuidenwind, altijd aanwezig
- Bergen die dreigend aan de verre horizon oprijzen
- Een hemel zo groot dat de ziel ervan duizelt
- Roofvogels of aaseters die hoog in de lucht zweven
- Wolken, altijd in beweging: hoog en ijl, of groot en donzig, of massief en donker als een aambeeld dat elk moment kan vallen
Lente
- Lappendekens van hoopvol groen, bleek wit, droog geel
- Een tapijt van het gras van vorig jaar, platgedrukt door wind en zware sneeuw
- Zacht geknisper en geknak onder je voeten
- Een vochtige kilte in de wind, de geur van regen en natte aarde
- Tsjilp tsjilp tsjilp, gekweel
Zomer
- Groene en gele stengels met een wirwar van bloemen erop, golvend en deinend in de wind
- Het jeuken en schrammen van brandnetels, distels en stugge stelen als schuurpapier
- Voortdurend geluid: vogelzang, insectengezoem, ritselend gras
- Meedogenloze zon, nergens schaduw
- Een muur van regen die op je af rolt De prairie is bezaaid met heuveltjes, rotspartijen en hier en daar een bosje bomen dat zich tegen de onophoudelijke wind aan drukt. Kronkelende beekjes snijden door de grond. Maar vooral?
Gewoon kilometers en kilometers en kilometers gras.
Herfst
- Geknisper, geknak en geritsel bij elke stap, elke beweging
- Stugge stengels, goud in de lage zon, knikkend in de bries
- Het eenzame gekwetter van onzichtbare vogels
- Ochtendvorst, of dikke dekens van mist
Winter
- Sneeuw die opwaait in de wind en alles aan het zicht onttrekt
- Een witte vlakte, doodstil, doorprikt met grasstoppels
- Het koude, natte, uitputtende geploeter door sneeuwduinen tot je middel
- Het piepen van sneeuw onder je voeten op een bitterkoude dag
De Gwead
Dorpelingen noemen de grassen van de Vlakte de Gwead (“het Weefsel” of “het Weven”). Het is een verbijsterende verscheidenheid aan soorten. Sommige zijn kort en ijl, andere dik en groter dan een lange man. Ze bloeien in talloze vormen en kleuren en dragen allerlei stekels, doorns en zaaddozen.
De Gwead laat zich niet temmen. Brand het gras af, ploeg de grond om, ruk alles met wortel en tak uit – het maakt niet uit. De Gwead komt altijd terug, dichter en taaier dan voorheen. En soms, zo lijkt het, neemt het grasland wraak.
- Wanneer heeft iemand voor het laatst geprobeerd buiten de Oude Muur gewassen te verbouwen?
- Welk onheilspellend lot trof hen?
Waarom zijn gewassen binnen de Oude Muur Het dorp Stonetop wel te beheren, maar daarbuiten niet? Dat mag jij bepalen. Misschien…
- maakt magie die verbonden is met de Steen Het dorp Stonetop het land buigzamer, makkelijker te temmen;
- houdt iets wat onder de Oude Muur begraven ligt de Gwead op afstand;
- is er iets met de grond waardoor de Gwead geen wortel kan schieten; of
- hebben degenen die de ruïnes bouwden waarop Stonetop gesticht is, een pact gesloten met de geesten van de Gwead.
Vragen
- Wie van jullie is diep de Vlakte in getrokken? Wat zag je daar dat niemand echt gelooft?
- Wat houdt de roedeldraken op afstand, behalve op de wegen blijven?
- Wie van jullie heeft een prairiebrand van dichtbij meegemaakt?
- Welke bloem, wortel, zaad of stengel die op de Vlakte te vinden is, is bijzonder nuttig? Waarom? Waarom is die zo moeilijk te oogsten?
Plaatsen
- De Wegen van de Makers De Wegen van de Makers
- De Vervallen Toren De Vervallen Toren
- Titanenbotten Titanenbotten
Haakjes
- Ten noorden van de Westweg en ten oosten van de Heerweg is een kudde wilde paarden gezien, dichtbij genoeg om ze misschien te vangen
- Iemand is ziek, en voor de genezing is een zeldzame plant nodig die diep in de Vlakte groeit
- Gwead-grassen schieten wortel binnen de Oude Muur, ze zijn steeds moeilijker te wieden en de mensen maken zich grote zorgen
- De metgezel van een reiziger is door de nosgalau De Wegen van de Makers van de wegen gelokt en niet teruggekeerd; de reiziger biedt een flinke beloning als de SP’s kunnen helpen
Terrein
Kies er 1 of combineer er 2, of laat iemand de Lotsdobbelsteen () werpen.
| 1 | Asveld, verbrande stengels, recente bosbrand |
|---|---|
| 2 | Kale grond: zand, steen, stof |
| 3 | Hol, kuil of konijnenburcht |
| 4 | Doorweekte grond, modder of staand water |
| 5-6 | Dicht struikgewas van hoge (1,5-2,5 m), stugge stengels |
| 7-8 | Open weide, gras tot je middel of korter |
| 9 | Lage rug, wal, verhoging |
| 10 | Boom of bomen, savanne, struiken |
| 11 | Rotspartij, keien, scherpe stenen |
| 12 | Geul, zinkgat, krater, kloof (misschien vol water) |
Werp desgewenst voor grootte/omvang/intensiteit.
Ontdekkingen
Kies bij elk hiervan er 1 of laat iemand de Lotsdobbelsteen ( of ) werpen.
| 1 | Verandering van terrein (vorige kolom) en werp opnieuw |
|---|---|
| 2 | Een kans op inzicht in een dreiging of gevaar (bv. sporen die aantallen, verblijfplaats enzovoort verraden) |
| 3 | Een ontmoeting (zie hieronder) |
| 4 | Een bezienswaardigheid (volgende pagina) |
| 5 | Nuttige of waardevolle flora |
| 6 | Een brokstuk van de Vervallen Toren (volgende pagina) |
| 1 | Een schaduw, opgeroepen op het Kruispunt, of de pyped die het geworden is |
|---|---|
| 2 | Een geest van de wildernis, nieuwsgierig of onverschillig |
| 3 | Beestje(s) – vos, stinkdier, hermelijn, hazen, prairiehonden, spreeuwen, gieren enzovoort. – nieuwsgierig, irritant, misschien gewoon schattig |
| 4 | Beest(en) – grondluiaard, reuzenibis, schilddraak – groot, majestueus, meestal onverschillig |
| 5 | Een kudde: oerossen, herten, wilde schapen, wilde paarden enzovoort. |
| 6 | Een groep van het Heuvelvolk (Hillfolk, Het Heuvelvolk), of misschien alleen hun kamp |
Brokstukken van de Vervallen Toren
Wijd en zijd verspreid, kilometers ver van de toren zelf, alsof ze door een onmogelijke kracht zijn weggeslingerd. Waarschijnlijk begraven of op zijn minst overwoekerd.
| 1 | Metalen instrumenten of werktuigen, misschien reuzengroot, verscheurd, verwrongen of verrassend intact |
|---|---|
| 2 | Bewerkte steen, of brokken daarvan |
| 3 | Steen bedekt met verschroeide runen, misschien een stuk van de Gebroken Wegen |
| 4 | Een gekarteld stuk “onverwoestbaar” Makersglas, gebarsten en gebroken |
| 5 | aetherium, knetterend van kracht |
| 6 | Een scherf van de Stormbol |
Bezienswaardigheid
| 1 | Een plek die verdorven is door de Dingen Beneden (Things Below, De Dingen Beneden) |
|---|---|
| 2 | Een graf, ruïne of artefact van de Grafheuvelbouwers (Barrow Builders, Grafheuvelbouwers) |
| 3 | Een slagveld of overblijfselen (volgende kolom) |
| 4 | Raadselachtig terrein: kristallijne uitwassen, een laag glad/gebroken glas, geometrische patronen, onnatuurlijke kleuren, gras dat in vreemde patronen groeit enzovoort. |
| 5 | Een plek die belangrijk was voor de Makers: ontmoetingsplaats, versterking, heiligdom enzovoort. |
| 6 | Een plek die heilig is voor de geesten van de wildernis |
Slagveld of overblijfselen
Oudere liggen diep begraven, dus vraag je af hoe ze ontdekt kunnen worden (gravende dieren, erosie, aardbevingen, opgravingen enzovoort).
| 1 | Oerwezens: uit de tijd dat de wereld zelf werd gevormd |
|---|---|
| 2 | Werkelijk oeroud: uit de tijd van de Makers |
| 3-4 | Uit de Tijd van het Cataclysme: toen de mensheid in opstand kwam en de Dingen Beneden wekte |
| 5-7 | Uit de dagen van de Grafheuvelbouwers |
| 8-11 | Recent: Heuvelvolk, bandieten, reizigers, beesten enzovoort. |
| 12 | Heel recent: de buizerds en kraaien zitten er nog aan te schransen |
Wie de overblijfselen doorzoekt, vindt misschien kostbaarheden of artefacten, maar wekt misschien ook de toorn van geesten De dood en de ondoden of wedergangers De dood en de ondoden.
Gevaren
Risico’s
- Een akelige weeromslag: striemende wind, bittere kou, verzengende hitte, natte sneeuw/ hagel/regen/sneeuw; bliksem
- Gebrek aan beschutting, water of hout voor een vuur dat lang brandt (probeer gedroogde oerosmest, als je die kunt vinden)
- Verborgen gaten/holen, een verzwikte enkel of erger
- Verdwalen (geen herkenningspunten, hoog gras en golvend terrein, moeilijk om rechtdoor te blijven gaan)
Prairiebrand
Instinct om ongebreideld over het land te razen
- Beginnen met slechts een paar knetterende vlammen, een rookkolom
De Gwead vat makkelijk vlam, ontstoken door bliksem, een verdwaalde vlam of (als je de verhalen gelooft) Heuvelvolk dat de Vlakte opzettelijk in brand steekt. Vroege lente, late zomer en vroege herfst zijn bijzonder gevoelig, vooral na een paar weken zonder regen.
• Onverbiddelijk groeien en zich naar buiten uitbreiden
• Het landschap in verstikkende rook smoren (gebreken)
• Ze treffen met een golf van hitte ( schade)
• Minuten of uren blijven smeulen en branden ( schade, smerig)
• Een karmozijnrode lijn trekken, sneller dan je kunt sprinten, heet als een vreugdevuur ( schade, negeert pantser, smerig)
• Zonder brandstof raken, of door regen gesmoord worden
Iets interessants: om echt om zich heen te grijpen en heet te branden, heeft een prairiebrand jaren aan opgehoopte brandstof nodig, droge omstandigheden en een gestage wind; zelfs dan kan hij maar korte tijd op zijn heetst branden.
Iets nuttigs: zoek de Wegen van de Makers op, of kale grond, of laaggelegen plekken die nog wat vocht vasthouden. Lukt dat niet, zoek dan stukken gras op die het afgelopen jaar al zijn afgebrand. In het ergste geval: zoek een smal punt in het vuurfront en ren erdoorheen, de asvelden erachter in.
En verder: bid.
Monsters
- Poema’s Het Grote Woud of wolven Het Grote Woud, uit het Grote Woud gekomen
- Heuvelvolk Het Heuvelvolk, als ze op geweld uit zijn
- Geesten van de wildernis Geesten van de Wildernis
- De nosgalau De Wegen van de Makers, wat die ook zijn
- Geesten De dood en de ondoden, wedergangers De dood en de ondoden of schaduwen De dood en de ondoden, opgeroepen op het Kruispunt De Wegen van de Makers of rondwarend bij oude slagvelden
- Blauwe eksters De Vervallen Toren, die de SP’s voor de gek houden
Oeros
HP 14, Pantser 2 (dikke huid, taai)
Schade hoornstoot (dichtbij, krachtig, smerig, 1 doorborend), trap/vertrappen (hand, krachtig)
Instinct om in gelijke mate te schrikken of kwaad te worden
- Een aanvaller door de lucht laten vliegen
- Op hol slaan (gebied, krachtig, smerig)
- Plotseling omkeren, met verrassende gratie en snelheid
- Doorgaan terwijl hij dood of stervende zou moeten zijn
Grote, sterke, wilde runderen met hoorns die langer zijn dan je arm en dikker dan je hand kan omvatten. Zelfs de koeien hebben grote hoorns, en ze schromen niet die te gebruiken.
Ze overwinteren in het Terrasland, in kleine groepjes van 3-5 volwassen dieren. In de lente komen ze echter naar de Vlakte, vormen kuddes van 30 of meer en grazen en grazen en grazen. Tegen midzomer vallen ze uiteen in kleinere groepen, en voor de eerste sneeuw trekken ze terug de heuvels in.
Het Heuvelvolk jaagt op ze door langs de flanken van een kudde te rijden en er een of twee met pijlen uit te plukken, en daarbij verdomd goed afstand te houden. Je wilt niet te dicht bij zo’n beest komen, zeker niet nadat je het hebt verwond.
Een volgroeid oeroskarkas (onbeweeglijk), goed geslacht en naar het dorp vervoerd, telt als 1 Overschot. Een ◇◇ paar oeroshoorns heeft Waarde 1.
Bandiet
HP 6; Pantser tot 2 (huiden, schilden)
Schade speren (dichtbij, werp) of slingers (nabij)
Instinct om te overleven ten koste van anderen
- Een list voorbereiden om reizigers van de wegen te lokken
- Een hinderlaag laten toeslaan als hun prooi toehapt
- Gevangenen nemen of kelen doorsnijden, zodat niemand ontsnapt om het na te vertellen
- Het gras in vluchten als het misgaat
De magie van de Wegen en het open terrein maken het bestaan als bandiet allesbehalve makkelijk, maar toch duiken ze om de paar jaar op.
Het kan Heuvelvolk zijn, verstoten of wanhopig, maar vaker wel dan niet zijn het schurken die liever hun medemensen uitzuigen dan in Gordins Groeve (Gordin’s Delve) de eindjes aan elkaar te knopen.
Bandietenhoofdman
HP 8; Pantser 3 (huiden, schild, vaardigheid)
Schade speer (dichtbij, werp, 1 doorborend) of boog (nabij)
Instinct om het beste te maken van wat ze hebben
- Uitvogelen wat mensen willen of nodig hebben
- Een zwakte, kans of maas in de regels uitbuiten
- Een deal sluiten
- Hun macht meedogenloos uitbreiden/behouden
De meeste bendes bandieten hebben moeite slachtoffers of onderdak te vinden, of allebei, en sterven snel uit of vallen uiteen. De slimme houden het een paar seizoenen vol, maar uiteindelijk krijgen de mensen het door en worden ze op hun hoede, en beginnen de plannen van de bandieten te mislukken.
Maar ongeveer eens per generatie staat er een leider op die sluw genoeg is om van een bende bandieten een serieuze dreiging te maken.
Wat heeft de hoofdman dat hem zo’n dreiging maakt? (kies er 2 of 3)
• Handlangers in Gordins Groeve en/of Moerasrand (Marshedge)
• Een manier om de bescherming van de Wegen te omzeilen
• Magie die reizigers van de Wegen kan dwingen/lokken/wegjagen
• Magie die zijn bende verbergt, of hun uiterlijk verandert
• Goed getrainde paarden, of een andere manier om zich snel te verplaatsen
• Een versterkte schuilplaats
Beznpol
HP 12; Pantser 3
Schade graafklauwen (hand), naaldtanden (hand, smerig, 3 doorborend)
Bijzondere eigenschappen zuurbestendig
Instinct om onophoudelijk naar voedsel te zoeken
- Flinke hoeveelheden aarde omwoelen
- Uit het gras springen, boven op een prooi
- Een verdovende muskus spuiten (bereik, gebied, gebreken)
- Zich oprollen tot een bal van harde, gekartelde schubben (4 pantser)
Grote, gepantserde marterachtigen, zoiets als een kruising tussen een hermelijn, een das en een schubdier, maar bijna twee meter lang, de staart niet meegerekend.
Ze zwerven over de Vlakte en graven de holen van zo ongeveer alles op, maar het liefst woelen ze een nest hlomren om en schransen ze maar door. Ze staan echter verre van boven aan de voedselketen. Als ze schrikken, spuiten ze muskus en proberen ze te vluchten. Als ze in het nauw zitten, rollen ze zich op en hopen ze dat de aanvaller zich gaat vervelen.
Een vakkundige looier kan van een paar huiden een prachtige ◇◇ beznpolschubbenjas maken (2 pantser, warm, beschermt tegen zuur, Waarde 3). Kampioenen van het Heuvelvolk staan erom bekend dat ze die dragen.
Frythanc
HP 16; Pantser 0
Schade neerduikende klauwen (hand, dichtbij, krachtig, grijpgraag), snavel (bereik, nadeel)
Bijzondere eigenschappen ongelooflijk zicht, slecht gehoor
Instinct om op het juiste moment te wachten
- Op thermiek zweven, honderden meters hoog
- Als een bliksemschicht omlaag duiken en een prooi grijpen
- Een prooi met trage, machtige vleugelslagen 9 tot 12 meter de lucht in sleuren – en dan laten vallen
Grote geschubde vogels, met een spanwijdte van zo’n 12 meter, hemelsblauwe en witte veren aan hun onderzijde om zich in de lucht te verbergen. Ze zouden in de Huffelpieken nestelen maar op de Vlakte jagen, waar ze argelozen grijpen – man, vrouw, hert, paard – en ze op de grond laten vallen. De val doodt of verminkt de prooi meestal, en dan strijkt hij neer om op zijn gemak te eten.
Ze zijn, Tor zij dank, heel zeldzaam: er jaagt telkens maar één paartje op de Vlakte.
Maar aan de andere kant van de Huffelpieken… wie zal het zeggen?
Hlomren
HP 1; Pantser 3 (schild, grootte)
Schade zuurdruipende kaken (hand, smerig, 3 doorborend), zuurklodder (bereik, smerig, herladen, 1 doorborend)
Instinct om de kolonie te beschermen
- Zich in/uit/door losse grond graven
- Een dreiging overspoelen
- Openbarsten met zuur als ze gedood worden, schade (dichtbij, gebied)
Deze roodgeschilde insecten zien eruit als een kruising tussen een mier en een kever, maar zo groot als een kleine kat. Ze vormen kolonies van een paar honderd, meestal op hoger gelegen grond. Een kolonie oogst al het dode gras in een omtrek van een paar kilometer, houdt een winterslaap en verhuist in de lente naar een deel van de Vlakte dat al een paar jaar niet is afgebrand of geoogst. Mensen en andere grote dieren laten ze meestal links liggen, maar ze vallen massaal aan als ze bedreigd worden.
Klezln
HP 16; Pantser 3 (schild)
Schade scharen (hand, dichtbij, grijpgraag)
Bijzondere eigenschappen voelt trillingen, sterke graver
Instinct om geduldig op voedsel te wachten
- De grond ondermijnen, zodat er een zinkgat klaarligt
- Wachten tot een prooi de val laat afgaan en klem komt te zitten in losse aarde, schade (grijpgraag)
- Uit de losse grond tevoorschijn barsten om een slachtoffer te grijpen
- Het onder de grond sleuren, om het daar te verpletteren en op zijn gemak op te slurpen
Grote kevers die onder de Vlakte leven en jagen op groot wild zoals paarden en oerossen. Het Heuvelvolk weet op welke tekenen het moet letten, maar vertelt dat zelden aan buitenstaanders. Hoe kun je de Vlakte beter vrij van dwazen houden?
Roedeldraak
HP 3; Pantser 1 (snelle reflexen)
Schade zaagtanden (hand, grijpgraag)
Instinct om makkelijke prooi neer te halen
- Ongezien door hoog gras schieten
- Hun prooi omsingelen
- Toebijten en de ene kant op trekken terwijl een roedelgenoot de andere kant op trekt (+smerig)
Stiekeme beestjes zo groot als een hond die over de Vlakte sluipen. Ze jagen in roedels van zes tot een paar dozijn. Gewoon het allerergste.
Vragen
• Wat is het zekerste teken dat ze in de buurt zijn?
• Wat doen alle verstandige reizigers om ze op afstand te houden?
• Wie van jullie heeft gezien hoe ze hun prooi verscheurden? Wat achtervolgt je daar tot op de dag van vandaag aan?
Schilddraak
HP 16; Pantser 3 (schild, schubben)
Schade happende, botbrekende beet (hand, dichtbij, grijpgraag, smerig, 1 doorborend)
Bijzondere eigenschappen zo goed als blind, voelt trillingen
Instinct om uit te halen naar “voedsel” binnen bereik
- Zich in de grond ingraven
- Half begraven op prooi wachten
- Zich terugtrekken in zijn schild (Pantser 5)
Zoals een bijtschildpad, maar bijna 2 meter lang en 180 kilo zwaar, met grote klauwen als van een das.
Veel sneller dan je denkt. Hij graaft zich in onder een laag aarde en wacht lang genoeg tot de gwead over hem heen begint te groeien. En als er dan iets in de buurt komt? HAP!
Een intact schild is behoorlijk wat waard (onbeweeglijk, Waarde 2). Maar succes met er een doden zonder het schild te breken.
Donderdraak
HP 20; Pantser 3 (schubben, kam)
Schade hoornstoot, vertrappen, mepping (hand, dichtbij, krachtig, smerig, 1 doorborend)
Bijzondere eigenschappen bliksembestendig, hardhorend
Instinct om zijn gebied te beschermen
- Brullen (nabij, gebied, luid, krachtig, herladen)
- Zich door rots graven en knagen
- Soms: een bliksemschicht uitboeren, schade (nabij, krachtig, luid, negeert pantser)
Soms zie je, ver op de Vlakte, iets wat in de verte op kleine heuvels lijkt.
Ik raad je aan er ver uit de buurt te blijven. Het zijn waarschijnlijk niet echt heuvels, maar enorme bergen aarde die een donderdraak al gravend heeft verplaatst. En jeetje, je wilt echt niet op zijn eigen terrein tegen zo’n beest aan lopen.
Iets interessants: donderdraken eten vooral gras en struiken, maar ze zijn verzot op bepaalde ertsen. Ze brengen hun tijd door met grazen, slapen en rotsen opgraven.
Iets nuttigs: ze zijn vooral dol op de smaak van koper, en smullen van aetherium. Als ze een bron ervan vinden, kauwen ze die meteen op en boeren ze de dagen erna bliksemschichten uit.
Als je in de buurt van een donderdraak bent als hij brult, werp +CON: bij 10+ kies er 1; bij 7-9 kies er 2; bij 6- alle 3.
• Je laat vallen wat je vasthoudt en bedekt je oren
• Je wankelt een paar stappen achteruit
• Je bent een paar ogenblikken doof en gedesoriënteerd
Wild paard
HP 10; Pantser 0
Schade vertrappen (hand, dichtbij, krachtig)
Instinct om in paniek te raken
- Onraad ruiken op de wind
- Vrij rennen!
- Over een obstakel springen
Ze zwerven over de vlakte, in kuddes van een half dozijn tot een paar dozijn.